Info

De molens van “Alwegge”

 

Na de slag bij Fleurus (26 juni 1794), waarbij de Franse revolutionairen de Oostenrijkers versloegen (waardoor het er voor onze streek zeker niet beter op werd), rukte het Franse leger verder op naar het noorden.

 

Een legergroep onder leiding van generaal Kléber trok richting Maaseik achter de terugtrekkende Oosten- rijkers aan en vormde rond 1 augustus 1794 een Limburgs front dat door Heks, Beerlingen, Wellen en Herten liep. Een kleine voorhoede werd ook gestuurd naar Alwegge.

 

Alwegge zal je tevergeefs zoeken op onze moderne kaarten. Wel moeten we aannemen dat de Franse troepen de Ferrariskaart (1771-1778) gebruikten want daarop is het plaatsje wel terug te vinden. Het dorpje heeft op die kaart twee watermolens die dezelfde naam, Moulin d’ Alwegge, kregen.

 

Lang moet er niet gezocht worden want Alwegge is Lauw, een deelgemeente van Tongeren. Lauw is een oude woonkern want de Romeinen trokken er, na de verwoesting van Tongeren in de 4de eeuw, een versterking op.

 

Op de grondvesten van deze Romeinse burcht werd later door de abdij van Rolduc (Kerkrade–Nederland) rond 1029, een kerk gebouwd die in 1875 werd gesloopt.

 

Lauw had dus reeds vroeg twee watermolens. De Hoogmolen werd in 1479 vermeld als “die meulen van Scalyoun”. De ander Lauwse molen, de Daalmolen, die reeds bestond voor 1250, was dan weer gekend als “moulin al Xhaille” of Schaliemolen (1710) of nog als sceversteenmolen (1479).

 

De naam Lauw komt waarschijnlijk van het Keltische luta dat later lude werd. In Lauw woonde vanaf de 12de eeuw de ridderlijke familie die de naam van het dorp droeg namelijk “van Lude”. In het Frans werd dit “del Wege”.

 

Het dorp bestond uit twee delen: ten noorden van de Jeker lag Groot Lauw of Grand-Wege en ten Zuiden lag Klein-lauw of Petit-Wege. Op de kaart van Ferraris verscheen het dorp als Alwegge en de twee molens kregen zo de naam van het dorp.

 

Om de verwarring met de bijna identiek klinkende molennamen ter vermijden, werd blijkbaar vanaf de 17de eeuw meestal gesproken over de Overste Molen als men de Hoogmolen (Hoogmeulen of Homeulen voor de dorpsbewoners) bedoelde. De Overste molen, de naam zegt het, ligt stroomopwaarts van de Daalmolen.

 

De Hoogmolen te Lauw, de eerste molen aan de Jeker gelegen op Limburgs grondgebied, maakte vroeger deel uit van een groter landbouwbedrijf. In het westelijk gedeelte was toen een brouwerij ondergebracht, later omgebouwd tot stroopfabriek en in functie tot 1926.

 

 

 

Op 7 juni 2014 werden we gelauwerd door het Molenforum Vlaanderen vzw voor onze inzet voor de maalvaardige restauratie. Het kenteken en de oorkonde werd ons overhandigd door Geert Bourgeois, Viceminister-president van de Vlaamse regering en bevoegd voor onroerend erfgoed.

 

Uit dit overzicht blijkt dat dit monument min of meer 500 jaar of 5 eeuwen lang heeft gefunctioneerd in goede en slechte dagen!