De aankoop

 

De aankoop

 

Door een gelukkig toeval waren wij, Bettina en Karel Maes-Proesmans, in de mogelijkheid de Hoogmolen aan te kopen in juli 2009 en huisden we in, na een aantal opfris- en verbeteringswerken aangepast aan onze behoeften, op 30 oktober 2009.

 

De terugkeer naar haar geboortestad Tongeren was voor mijn echtgenote reeds een droom van jaren.

 

De twee Lauwse banmolens, de Hoogmolen (1665-1820) evenals de Dalemolen (1759-1976) waren samen reeds meer dan 300 jaar in huur of bezit (o.a. door in-trouwen ) van de voorouders van Bettina Proesmans, langs moederszijde (Olga Baillien). Hiervoor verwijs ik naar Henry Baillien, gewezen stadsarchivaris van Tongeren, die zich zijn ganse leven heeft ingezet o.a, voor molens.

 

Na restauratie van de kleine tuin en de aanpalende tuinmuren diende het grote werk gestart te worden namelijk de molen opnieuw technisch maalvaardig maken met respect voor het historisch verleden en in harmonie met de huidige omgeving.

 

Ondertussen moesten we vaststellen dat het wapenschild van de familie Baillien, uitgehouwen in blauwe hardsteen en ingemetseld boven de inkomdeur, verdwenen was en verhuisd naar de kopgevel van de paardenstallen van het Rood Kasteel te Guigoven, een ontvreemding - na klassering als monument - die toch vragen oproept.

 

Vooraleer van start te gaan met de broodnodige molenrestauratie hebben we ons laten bijstaan door een Nederlandse molenbouwer om een dossier in te dienen bij de dienst Industriële Archeologie en Onroerend Erfgoed. De eerste teleurstelling was een feit. We zouden, tengevolge van de bankencrisis, vier jaar moeten wachten voor we eventueel in aanmerking zouden komen voor subsidiëring door het Vlaamse Gewest.

 

Na enkele coördinatievergaderingen met alle betrokken partijen, bijeengeroepen en gesteund door de stad Tongeren, klaart de toestand weer op en wordt ons initiatief vooral administratief toch haalbaar, doch zonder staatstussenkomst, behoudens een onderhoudspremie en een EFRO stadssubsidie.

 

Ondertussen hadden we beiden deelgenomen aan de molenaarscursus te Bokrijk, een initiatief van Levende Molens vzw, zodat we toch een basiskennis van wind- en in het bijzonder watermolens verkregen.

 

We ontdekten ook het bestaan van de vereniging vzw Werkgroep Molenzorg Zuid-Limburg (ook een werkgroep van Levende Molens vzw), waarvan een aantal leden de molen bezochten en onmiddellijk met geestdrift aan de slag wensten te gaan, zowel met het aanbrengen van theoretische beginselen en berekeningen als de praktische uitvoering ervan.

 

We noteren januari 2011: een start van de werken, grotendeels in eigen beheer met eigen middelen en onder toezicht van de bevoegde instanties.

 

In januari 2012, deed de gelegenheid zich voor om de aangrenzende graanschuur, opgericht door notaris Baillien in 1783, te verwerven zodat de historische site van molen en schuur opnieuw één geheel vormt. Deze schuur zal in de toekomst dienst doen als ontmoetingsplaats tijdens molenbezoeken.

 

 

 

 

In de 17de eeuw (1610) verwerft de adellijke familie “de Sélys” uit Luik dit “ heerlijk” molengebouw. Commandeurs, adel, abten enz, bezaten in die tijd nog veel van deze monopolies.

 

In 1647 herstelde de eigenaar, de familie Peumans uit Tongeren, de gebouwen, doch in 1654 steken de Lorreinen (Lodewijk XIV) de molen in brand.

 

In 1655 worden de gebouwen in combinatie van natuur- en baksteen heropgetrokken. Deze natuursteen, bij aanvang voornamelijk mergel en later merendeels Naamse blauwe hardsteen, werd voornamelijk gebruikt voor kwetsbare bouwonderdelen .Onder Luikse invloed ontwikkelt zich deze karakteristieke streekeigen stijl in de Loonse gebieden, nl. het sobere Maaslandse huis.

 

Vanaf 1665 komt de molen in beheer of in bezit, langs Simon van Rose en Christiaan Domps, van Daniël Baillien wiens afstammelingen tot in het begin van de I9de eeuw dit monopolie in bezit houden.

 

In 1820 komt de molen door deling in het bezit van Frans Van Marsenille, in 1899 gaat ze over naar J.M A. Mullens en in 1923 naar Delvaux-Van Ormelingen. Deze laatste baatte de molen uit tot juni 1955.

Nadien komt de molen en het woonhuis leeg te staan en zijn de tekenen van verval al snel aanwezig.

 

n augustus 1973 verwerft stadsarchivaris Henry Baillien de Hoogmolen en er worden kleine opknap- werken uitgevoerd. De molen blijft in Henry’s nalatenschap tot september 1989.

 

Vervolgens wordt L. Senden eigenaar en deze restaureert de gebouwen. De molen wordt in april 1996 weer eens verkocht en dit keer aan G. Jacobs. Na de aankoop van het domein herstelt hij voor namelijk het uitzicht van de tuinen.